De [.c-underline]publieke omroep[.c-underlined][.c-underlined][.c-underline] zit [.c-highlighted]in de houdgreep[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted] van [.c-underline]externe producenten[.c-underlined][.c-underlined][.c-underline]

Kim van Keken en Joost Ramaer

8/3/2023

De publieke omroep koopt 35 procent van zijn programma’s in bij private buitenproducenten. Die weigeren iedere transparantie over hun besteding van deze ‘kwart miljard euro belastinggeld’. De NPO zwicht keer op keer voor hun dreigementen, zo blijkt na een Woo-verzoek van Spit.

College Tour is een populair tv-programma van de NTR, dat werd bedacht, en jarenlang gepresenteerd, door Twan Huys. In 2019 droeg Huys het stokje over aan Matthijs van Nieuwkerk. ‘Ons viel op,’ aldus de Algemene Rekenkamer in een rapport uit november van dat jaar, ‘dat de financiële bijdrage van NPO aan het programma per aflevering in 2019 steeg met 42,7 procent.’ Waarom moest de NPO, de koepel die het Nederlandse bestel van publieke omroepen aanstuurt, ineens zoveel meer gaan betalen voor een programmaformat dat al jaren bestond?

De onafhankelijke rekenmeesters concludeerden dat de NPO veel te weinig zicht heeft op de manier waarop publiek geld (jaarlijks bijna een miljard euro) wordt besteed. Met name de rol van de externe producenten viel de Algemene Rekenkamer hierin op. Omroepen komen in een slechte onderhandelingspositie terecht zodra een programma of presentator veel kijkers trekt. Producenten gooien dan de prijs omhoog, begroten bijvoorbeeld hogere salarissen voor regie, eindredactie of editors, maar onduidelijk blijft of dat geld wel echt bij deze tv-makers terechtkomt.

Na het rapport beloofde de NPO beterschap. Maar in de vier jaar die volgden, kwam de publieke omroep alleen maar méér in de houdgreep van de producenten. De NPO doet ook nauwelijks pogingen zich aan die houdgreep te ontworstelen. Dat blijkt uit een omvangrijke correspondentie die de NPO openbaarde na een Woo-verzoek van onderzoekscollectief Spit. Het dossier omvat honderden mails tussen de NPO, publieke ledenomroepen als BNNVARA, AVROTROS en VPRO, en de buitenproducenten, vaak via de NCP (Vereniging van Nederlandse Contentproducenten, red.), hun brancheorganisatie.

[.c-highlighted]De toorn van producenten[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

‘Hoi,’ zo begint de mail van buitenproducent Tuvalu aan de publieke omroep AVROTROS. Nu alles duurder wordt, heeft ook Tuvalu last van hogere kosten, en dus claimt het bedrijf graag de inflatiecorrectie van 3,5 procent die de omroep aanbiedt. In het normale handelsverkeer moet je zo’n claim onderbouwen door de bonnetjes te overleggen waaruit blijkt hoeveel de hogere inflatie jou gekost heeft. Maar Tuvalu verdomt dat. Het bedrijf laat zijn claim op inflatiecorrectie meteen volgen door de zinsnede: ‘Zonder dat wij hiermee akkoord gaan met de daaraan gekoppelde nacalculatieverplichting,’

Met andere woorden: Tuvalu erkent dat er zo’n verplichting bestaat, en laat in dezelfde ademtocht weten zich daar niet aan te zullen houden. Tuvalu’s schaamteloze mail uit 2022 is tekenend voor de houding van veel buitenproducenten tegenover de publieke omroep als opdrachtgever. Vier jaar lang haalden de producenten alles uit de kast om te voorkomen dat omroepen de bonnetjes kunnen vergelijken met de begroting.

Terwijl die vergelijking geen overbodige handeling zou zijn. Eén keer deed de NPO een steekproef, een zogeheten deep dive, naar dertig programma’s, maar kreeg na lang aandringen slechts de financiële overzichten van achttien. Het resultaat: één presentator verdiende 15 procent meer dan begroot, er was een duur praatprogramma met weinig kijkers en een quiz rekende wel erg hoge opslagkosten.

Buitenproducenten blijven iedere vorm van transparantie weigeren, met een spervuur aan gelegenheidsargumenten.

Ledenomroepen moeten inmiddels voor hun eigen producties begrotingen laten zien én bonnetjes overleggen. Maar buitenproducenten blijven iedere vorm van transparantie weigeren, met een spervuur aan gelegenheidsargumenten. Inzicht geven in hun werkelijke kosten zou leiden tot ‘geformaliseerde uitholling’, of zelfs tot het prijsgeven van ‘concurrentiegevoelige informatie’. Terwijl externe producenten zo’n 35 procent van alle tv-programma’s maken bij de publieke omroep. Daarmee verdwijnt jaarlijks minstens 200 miljoen euro aan publiek geld uit het zicht. En die vraag leeft ook intern, blijkt uit de Woo-stukken. ‘Je zou denken dat het doelmatiger is om juist bij buitenproducenten te controleren hoe het [geld] daadwerkelijk is besteed.’ Producenten zijn bijna allemaal dochters van reusachtige mediamultinationals, zo ontdekte Vrij Nederland al eerder. Voorbeelden zijn Warner Bros en het van origine Franse Banijay. De buitenlandse eigenaren voeren de druk op om de winst verder te optimaliseren, aldus de geanonimiseerde mailer.

Zijn opmerking valt op het Mediapark echter in dorre aarde. Sinds het rapport van de Algemene Rekenkamer zijn de omroepen hopeloos verdeeld over de vraag hoe ze de bonnetjes van producenten moeten opvragen, blijkt uit alle correspondentie. VPRO, BNNVARA, NTR, EO en HUMAN willen heldere, duidelijke regels die voor iedereen gelden. De andere omroepen willen de producenten vooral paaien – uit angst dat ze programma’s verliezen aan de commerciële zenders. Omroepen die wél bonnetjes vroegen, kregen te maken met de toorn van de producenten. In maart 2023 ontving Paul Doop, de financiële man in de raad van bestuur van de NPO, een mail namens de VPRO en HUMAN: ‘Het ging zelfs zo ver dat bepaalde producenten de NPO hebben aangeschreven en hebben aangekondigd niet langer voor deze omroepen te produceren.’

[.c-highlighted]Wild wild west[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

Toch leek er in de lente van 2023 een einde aan te komen aan de jarenlange verdeeldheid. In de mailboxen van alle belanghebbenden plofte een nieuwe Bindende Regeling Gerealiseerde Kosten Media-aanbod, die de oude van 2018 moest vervangen. De nieuwe regeling bevatte heldere afspraken. Kort samengevat: omroepen moeten bij buitenproducenten de werkelijk gerealiseerde kosten opvragen van alle producties die meer dan 100 duizend euro kosten, en bij dure producties van meer dan 1 miljoen euro moet ook een accountant in de boeken kunnen kijken.

De producenten begonnen meteen te steigeren. ‘Mogelijk cowboyverhalen, maar de onrust is groot,’ mailden zij aan Doop. ‘Zeker omdat het gerucht gaat dat omroepen toch in de boeken van producenten mogen gaan kijken.’ Doop reageerde sussend: ‘Geen Wild West, denk ik … ’ Waarop een producent mailde: ‘Alvast bedankt en als het geen Wild West wordt, laat ik mijn paard op stal en pistool in de kast.’ De onrust bleef echter aanhouden.

‘De regeling is niet met enthousiasme ontvangen,’ mailde AVROTROS kort daarop naar Doop. De omroep wilde met een afvaardiging naar de NCP om te kijken ‘of er wat scherpe randjes’ af kunnen. Al snel deed de NPO water bij de wijn: alleen bij producties boven de 250 duizend euro (zo’n 30 procent van alle co-producties) moeten producenten bonnetjes overleggen, en de plicht een accountant mee te laten kijken komt pas na 1,5 miljoen euro – dat zou dan gelden voor dertig programma’s per jaar. In juni 2023 kwam de nieuwe bindende regeling online te staan, deze zou vanaf 1 juli gaan gelden.

‘Vanuit het oogpunt van doelmatigheid denken we altijd goed als het een beetje vonkt. Maar de fik hoeft er ook weer niet in.’

Zou – want weer brak de pleuris uit. ‘Het zou jammer zijn voor alle betrokkenen als ACM (Autoriteit Consument & Markt, red.) hiertegen bezwaar gaat maken,’ mailde een producent van Fremantle, een van de grootste producenten ter wereld, naar Doop. De NCP schreef: ‘Ik hecht er belang aan te onderstrepen dat het jammer zou zijn als de relatie met omroepen en NPO – die wellicht een knauw heeft gekregen – (langdurig) zou verslechteren.’ Er werd subtiel gedreigd, blijkt uit de mails: met rechtszaken, terugtrekking van programma’s, en weigering om contracten te tekenen.

Mails met titels als Geest in de fles, hoe doe je dat? of De vermaledijde regeling werden rondgepompt over het Mediapark. ‘Zo langzamerhand heb ik de antwoorden niet meer om de rust te bewaren,’ aldus een NCP-medewerker. Met de begeleidende tekst ‘op hoop van zegen’ deed Doop wéér concessies. Het mocht allemaal niet baten. Een adviseur mailde naar Frederieke Leeflang, de bestuursvoorzitter van de NPO, om namens producenten te klagen over de omroepen. Eén omroep zou zelfs willen weten hoeveel broodjes kaas werden geserveerd tijdens de productie van een programma. ‘Er zijn trouwens net zo veel verhalen over treiterende producenten, wat dat betreft is er aan beide kanten het gedrag van kibbelende kinderen te zien.’ De producenten dreigden ‘hun grieven’ in een persbericht te zetten. ‘Ik kan me niet goed voorstellen dat producenten een goede case in de publiciteit hebben,’ aldus een mail aan Leeflang en Doop, ‘want daar kan gemakkelijk het frame overheen gelegd worden dat ze weigeren verantwoording af te leggen over een kwart miljard euro belastinggeld.’

Toch haalde de NPO de bindende regeling offline. Vanwege onduidelijkheden besloot de organisatie tot intrekking, met de verwachting binnen een maand met iets nieuws te komen. ‘Vanuit het oogpunt van doelmatigheid denken we altijd goed als het een beetje vonkt,’ zo vatte Doop een ‘zakelijk overleg’ samen. ‘Maar de fik hoeft er ook weer niet in.’

[.c-highlighted]Wassen neus[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

De NPO kwam, na maanden onderhandelen, weer de producenten tegemoet in een nieuwe regeling die begin januari online kwam. Omroepen zijn niet langer verplicht de bonnen op te vragen bij de producent, ze mógen dat doen, en alleen als ze dat voldoende motiveren. Een bepaling die de producenten nog meer macht geeft om omroepen tegen elkaar uit te spelen. Als de NPO erom vraagt, móet de producent wel verantwoording achteraf afleggen. De omroepen, die met de buitenproducenten moeten onderhandelen, krijgen hem niet te zien, omdat die ‘concurrentiegevoelige’ informatie zou bevatten.

Een medewerker van BNNVARA mailde aan Doop dat dit argument niet klopt. Iedereen in het wereldje weet wat een productie kost. Bovendien moet een producent wel een zeer gedetailleerde begroting leveren aan de omroep. ‘Dus wat gebeurt er dan precies tussen begroting en nacalculatie wat concurrentiegevoelig is? Dat klinkt alsof er grote productiegeheimen zijn, maar die zijn er natuurlijk niet. En in de gesprekken met producenten over waarom bijvoorbeeld een vervolgserie duurder wordt blijkt dat ook niet.’ De NPO heeft die begrotingen dan weer niet. ‘Daarmee wordt de controle in feite een wassen neus, omdat alleen de omroepen de vergelijking met de begroting en gang van zaken tijdens het productieproces kunnen maken. Zonder vergelijking is het aanleveren van een verantwoording eigenlijk zinloos.’

De producenten toonden zich een stuk tevredener. Het bestuur van de NCP kon zich goed vinden in de concepttekst die Doop eerder stuurde. ‘Verder gaan we ervan uit dat nog ergens duidelijk wordt gemaakt dat de kosten voor controles bij jullie komen te liggen, zoals eerder al vanuit NPO bevestigd.’

Reacties

Jaap Visser, adjunct-directeur NCP
‘Het is onjuist dat producenten geen ‘rekening en verantwoording afleggen over hun werkelijk gemaakte kosten’. Producenten vinden het geen probleem hun werkelijk gemaakte kosten te delen met de NPO. Producenten delen niet graag de precieze uitgaven met een directe concurrent, namelijk de publieke omroep in kwestie. ACM staat het delen van dit soort informatie tussen concurrenten ook niet toe (uit de Woo-stukken blijkt dat ACM juist geen uitspraken over deze kwestie wilde doen, red.) Omroepen, die zelf als producent optreden, strijden namelijk met producenten om budgetten en tijdslots. Wij moedigen juist iedere stap aan die leidt tot meer transparantie in de besteding van bijna een miljard euro door de NPO.’

De NPO
‘De NPO legt jaarlijks verantwoording af over de kosten van programma’s die omroepen en externe producenten voor de publieke omroep maken. De bindende regeling verantwoording kosten biedt anders dan in het verleden de NPO de mogelijkheid om voor grotere producties de daadwerkelijk gerealiseerde kosten bij externe producenten op te vragen. Die mogelijkheid bestond tot en met vorig jaar nog niet. Daarenboven hebben omroepen, indien voldoende gemotiveerd, met deze bindende regeling aanvullend de mogelijkheid om de producent te verzoeken een overzicht te verstrekken van de gerealiseerde kosten.’

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten en verscheen eerder bij Vrij Nederland.

[.c-highlighted]Vind je dit een goed onderzoek?[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

Steun ons dan!

Wij werken effectief; er is geen directie of duur kantoorpand. Ondanks dat blijft onderzoeksjournalistiek kostbaar. Research kan maanden in beslag nemen en dan nog is het eindresultaat onzeker. Wij kunnen jouw financiële bijdrage (klein of groot) dus goed gebruiken.

Doneer via deze link

Bron:

Bron:

Bron:

Meer dossiers