In Nederland is het verboden om op een recreatiepark te wonen. Toch wonen er naar schatting zo’n honderdduizend mensen in een recreatiewoning. Het Rijk laat het aan gemeenten over om te handhaven of te legaliseren. Dat leidt tot [.c-highlighted]willekeur[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted] en [.c-highlighted]disproportioneel optreden[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted].

3/3/2022

Hans en Greetje van den Berg zitten met een aantal lotgenoten aan de keukentafel van een stenen bungalow op een vakantiepark in Putten. Hans is 83 en doof. Greetje is 80, lijdt aan de ziekte van Parkinson en is hartpatiënt. Ze zijn onlangs door de gemeente hun huis uitgezet. Als Greetje wil uitleggen hoe dat zo kwam, herinnert ze zich slechts flarden van het verhaal.

‘We waren net terug van ons huurappartement in Spanje,’ weet ze nog. ‘Het was avond. Ergens in het voorjaar van 2018. Ik was herstellende van een hartinfarct. Iemand klopte aan en vroeg wat we in ons chalet deden.’ Hoe het verder verliep is Greetje vergeten. Wat ze nog wel weet, is dat er twee weken na het bezoek een dwangsom van 60.000 euro op de mat viel.

De man die bij het echtpaar voor de deur stond, was een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) van de gemeente Putten. Aangesteld om te controleren of er mensen wonen op de Puttense vakantieparken. Het echtpaar deed dat, volgens de boa. Dat rapporteerde hij aan de jurist van de gemeente, die het bejaarde stel een brief stuurde, waarin ze zes maanden de tijd kregen een andere woonplek te vinden. Lukte dat niet, dan volgde een boete van 10.000 euro per maand, tot maximaal 60.000 euro.

Hans en Greetje staan niet alleen in hun malaise. Terwijl het senseo-apparaat onophoudelijk ronkt, vertellen de lotgenoten aan de keukentafel geëmotioneerd hun ervaringen. ‘De gemeente Putten wil hier een moeder met twee kinderen op straat zetten.’ ‘Ze controleerden of een oude vrouw wel echt terminaal was, vijf dagen voor haar overlijden.’ ‘Bij mij klom een boa over het tuinhek om te zien of ik thuis was.’ ‘Ik kreeg een dwangsom van 60.000 euro omdat mijn partner naast mij op de bank zat. Ik mocht niet samenwonen van de gemeente.’

Maatwerk

In Nederland is het verboden om op een recreatiepark te wonen. Toch wonen er naar schatting zo’n honderdduizend mensen in een recreatiewoning. Tot eind vorige eeuw lieten gemeenten dat oogluikend toe. Ze zagen het als een oplossing voor het woningtekort. Maar in 2002 besloot het Rijk orde op zaken te stellen. Wonen in een vakantiehuis moest óf worden gelegaliseerd, óf er moest worden gehandhaafd. Omdat ieder park en ieder huisje zijn eigen lokale problematiek kent, werd het aan gemeenten overgelaten welke van de twee het werd.

Dit decentraliseren van verantwoordelijkheden is onderdeel van een tendens die al enige decennia speelt. De overheid wil burgers meer maatwerk bieden en hoopt dat te bereiken door meer beslissingsbevoegdheden bij lokale overheden te leggen. Die kennen de plaatselijke omstandigheden en staan het dichtst bij de burgers.

De bekendste decentralisaties vonden plaats in de jeugd- en ouderenzorg. Op het terrein van de ruimtelijke ordening vindt de grote ommekeer 1 januari 2023 plaats. Dan treedt de Omgevingswet in werking. Een nieuwe wet die gemeenten meer macht geeft over de openbare ruimte. Nog meer dan nu bepalen zij straks waar mensen wonen, werken en recreëren. Lokale democratieën komen daarmee aan het roer te staan van grote maatschappelijke opgaven als het oplossen van de woningnood en de energietransitie. Tegelijkertijd worden individuele burgers sterker afhankelijk van de werking van die lokale democratieën.

Zijn lokale democratieën wel volwassen genoeg om die groeiende verantwoordelijkheden te dragen? Volgens de bewoners van de vakantieparken die Onderzoekscollectief Spit bezocht, zijn ze dat niet. De bewoners beschuldigen bestuurders van willekeur, disproportioneel optreden en het schenden van mensenrechten. Andersom betichten bestuurders bewoners van crimineel gedrag en moedwillig overtreden van de wet.

Spit keek naar meerdere vakantieparken, en zag hoe economische en emotionele motieven in combinatie met slecht functionerende tegenmachten daar hebben geleid tot buitensporig optreden van de zittende macht. Een mechanisme dat niet op zichzelf staat, zeggen experts die wij spraken.

Nieuw [.c-highlighted]bestemmingsplan[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

Op het vakantiepark Horsterwold in Zeewolde staat de recreatiebungalow van de forsgebouwde ex-militair Rico Wanschers. Door de glazen pui aan de achterkant van zijn huis kijkt hij uit over zijn tuin en een aangrenzend natuurgebied. Wanschers bezit zijn paradijsje al twintig jaar. Veel plezier heeft hij er niet van. ‘Als ik ook maar één dag in mijn huis zou wonen, riskeer ik een boete van 25.000 euro,’ zegt hij.

Wanschers kocht het plekje op 24 juli 2002, als bouwgrond van projectontwikkelaar Lisman. Die had het kort daarvoor van de gemeente overgenomen om er een vakantiepark voor semipermanente bewoning te ontwikkelen. Om dat te kunnen realiseren, sloot de ontwikkelaar een belangrijke overeenkomst met de gemeente: potentiële eigenaren mochten straks tot veertig weken per jaar in hun chalets wonen. Bleven ze daaronder, dan zaten ze goed, want dan heette het – volgens de regels van de gemeente – recreëren. Verbleven ze er langer, dan waren ze in overtreding, want dan woonden ze er permanent. ‘Zo kwam het ook in de verkoopfolder van Lisman te staan, en in mijn koopcontract, en in de notariële akte,’ zegt Wanschers.

‘Maar twee jaar later veranderde de gemeente de regels. Ze stelde een nieuw bestemmingsplan op, waarin stond: “Twaalf weken elders verblijven betekent niet dat er geen sprake is van permanente bewoning.”’

Aanvankelijk hadden Wanschers en de overige huizenbezitters niet goed door wat die verandering inhield. Dat werd anders toen ze een last onder dwangsom in hun brievenbus vonden. ‘We moesten 25.000 euro betalen als we de bewoning niet staakten.’

Maar volgens hun contract recreëerden ze, dachten de vakantiehuizenbezitters. En hoe bepaalt een gemeente überhaupt of je ergens recreëert of woont?

[.c-highlighted]Bikkelharde [.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted] handhaver

‘Dat is heel simpel,’ zegt burgemeester Gerrit Jan Gorter vanuit zijn kantoor in het witte gemeentehuis van Zeewolde. ‘Voor recreëren en permanente bewoning bestaan geen landelijke definities. Het is aan het gemeentebestuur om daar invulling aan te geven. Vervolgens is het aan onze boa’s om te controleren of die regels worden nageleefd.’ En het contract? ‘Ja, dat hebben ze afgesloten met Lisman, niet met ons,’ legt Gorter uit.

Gorter wordt gezien als een bikkelharde handhaver. En dat is niet voor niets. ‘Toen ik hier kwam, zei de gemeenteraad: “Jij mag hier burgemeester worden, maar je hebt één opdracht: dit vuiltje moet worden weggewerkt.”’

‘Wat is het verschil tussen wonen en recreëren? Wat moet ik doen om aan te tonen dat ik er niet woon, in mijn zwembroek op de bank gaan zitten?’

En die taak neemt Gorter serieus. Hij stuurt drie parkboa’s aan, die controleren of er ’s avonds licht brandt in de woningen, of er huisdieren rondlopen, verse bloemen op tafel staan, of iemand vanuit zijn bungalow naar zijn werk rijdt, zijn kinderen naar school brengt. ‘Dat zijn allemaal signalen dat daar iemand woont,’ zegt Gorter.

Verdenkt de parkboa iemand van permanent wonen, dan is het aan de beklaagde om te bewijzen dat het anders zit. Lukt dat de beklaagde niet, dan stuurt de gemeente een dwangsom en is ze bevoegd de spullen uit het huis te halen en het op slot te doen. Bestuursrechtelijk is daar voor de bewoners weinig tegenin te brengen: nagenoeg alle beroepszaken zijn door de bewoners verloren. De bestuursrechter kijkt alleen of de gemeente handelt in lijn met de door diezelfde gemeente opgelegde regels.

Nergens veilig

Dat ondervond ook Ton Hendrix, een bouwvakker van middelbare leeftijd die ooit uit pure frustratie een boa klem reed. ‘Om hem te waarschuwen: als hij nog één keer voor mijn huis zou staan er ongelukken zouden gebeuren. Dat was natuurlijk niet zo handig van mij, maar ik was de valse beschuldigingen en het stalken zat. Ik woon en sta ingeschreven in het dorp Zeewolde.’

‘We voelden ons nergens veilig,’ zegt zijn vrouw, die naast hem aan de keukentafel zit. ‘We hadden constant het gevoel dat we werden achtervolgd. Als het waaide en ik hoorde gekraak in de tuin, dacht ik dat er iemand in de tuin naar me stond te gluren.’

Hendrix kon de gemeente noch de rechter overtuigen van zijn onschuld. ‘“Het lijkt erop dat u daar woont,” zei de rechter. Maar wat is het verschil tussen wonen en recreëren, vroeg ik hem. Ik heb al een ander huis gekocht, wat moet ik nog meer doen om aan te tonen dat ik er niet woon, in mijn zwembroek op de bank gaan zitten?’

Hendrix betaalde zijn dwangsom van 25.000 euro en hoopt nu samen met Wanschers op de oproep van het Rijk, dat gemeenten in 2020 adviseerde om vanwege woningnood en humaniteit wonen op vakantieparken zoveel mogelijk te legaliseren. Voor Hendrix en Wanschers is dat niet per se nodig. Ze zijn al tevreden als ze veertig weken per jaar in hun vakantiehuis mogen wonen en er geen tweede huis op na hoeven te houden.

[.c-highlighted]Intimidatie[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

Burgemeester Gorter ziet dat in zijn gemeente niet gebeuren. ‘Die mensen wisten waar ze aan begonnen en overtreden al jarenlang de wet. Zodra er een boa op het park komt, gaan bij een aantal huisjes automatisch de rolluiken naar beneden. Boas worden door bewoners achtervolgd. Waar die vandaan kwam weet ik niet. Maar enkele jaren geleden hing er langs de weg een foto van mij met een paar kogels door mijn kop.’

Gorter vindt de intimidatie vervelend, maar zegt dat het niet zo is dat hij daardoor harder is gaan handhaven. Dat is gewoon de opdracht van de gemeenteraad. Die ziet legaliseren niet zitten. ‘Wij zijn een recreatiegemeente met 1,4 miljoen overnachtingen per jaar. Voor ons is het belangrijk dat de parken voor recreatie worden gebruikt.’ Gorter ziet daarom liever dat de parken worden overgenomen door bijvoorbeeld Landal Greenparks. ‘Dat geeft een boost aan het toerisme in Zeewolde.’

Hoogleraar huisvestingssystemen Peter Boelhouwer ziet nog een ander economisch belang. ‘Op die parken zie je veelal pensionados en mensen die het niet zo breed hebben. Beide groepen maken meer dan gemiddeld gebruik van sociale voorzieningen. Daar zitten veel gemeenten niet op te wachten.’

Sinds de decentralisaties in het sociale domein komen die kosten voor rekening van gemeenten. Boelhouwer is voorstander van het (tijdelijk) toestaan van bewoning van de parken. ‘In de grondwet staat dat de overheid moet zorgen voor voldoende woningen. En die zijn er, er zijn honderdduizenden vakantiewoningen. Waarom worden die dan niet ingezet?’

In buurgemeente Harderwijk aan de overkant van het Veluwemeer gebeurde dat wel. Daar besloot de gemeenteraad – na jarenlang handhaven – bewoning in een aantal parken te legaliseren. ‘We zagen wat de onzekerheid met mensen deed,’ zegt verantwoordelijk wethouder Jeroen de Jong, die blij is dat het gevecht met alleen maar verliezers eindelijk voorbij is. ‘Je moet daarvoor bereid zijn om je beleid te heroverwegen in plaats van star de ingeslagen weg te blijven volgen,’ meent hij.

Harderwijk behoort tot de uitzonderingen. In de meeste gemeenten wordt er streng gehandhaafd op wonen op vakantieparken. En dat kan er soms rücksichtslos aan toegaan. Zoals tien kilometer verderop in Putten.

Bron:

[.c-highlighted]Te fragiel[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted] om te verhuizen

‘Zelfstandig wonen in hun huis in Almere was geen optie meer,’ vertelt Ilona Lutgerink, de dochter van het hoogbejaarde echtpaar Ermans, aan de telefoon. Lutgerink is zelfstandig ondernemer en woont in Putten. ‘Ik wilde mijn ouders naar Putten halen, zodat ik ze als mantelzorger kon bijstaan. Aanvankelijk hadden we het plan ze hier in een zorgflat onder te brengen.’

Dat mislukte, omdat de woningcorporaties in Putten alleen ouderen accepteren die een economische binding met Putten hebben. ‘Dus heb ik ze bij mij in huis genomen. Dat ging goed tot de covid-uitbraak. Met een bedrijf aan huis en veel mensen over de vloer werd het te riskant voor mijn ouders,’ legt Lutgerink uit. Gelukkig was de oplossing nabij. Een paar honderd meter van het huis van Lutgerink had het echtpaar Ermans een vakantiehuisje. Een prima plek om ze in een veilige bubbel te zetten. Dacht Lutgerink. Maar dat was buiten de boa’s van Putten gerekend. ‘Ze stonden rond acht uur ’s avonds voor de deur,’ zegt Lutgerink. ‘Papa lag al op bed. Hij deed in zijn pyjamaatje de voordeur open. Daar stonden meerdere mannen in uniform. Hij maakte een praatje en gaf toe dat ze in het chalet woonden.’

Drie maanden later viel er een brief van een juridisch medewerker in de bus. Die had het rapport van de boa gelezen en daaruit opgemaakt dat het echtpaar illegaal in het vakantiehuis woonde. Hij ging het college voorstellen het echtpaar te gelasten binnen zes maanden de woning te verlaten, op straffe van een boete van 5000 euro per maand, tot een maximum van 30.000 euro. Maar voordat het college dat besluit zou nemen, kon het echtpaar een zogeheten ‘zienswijze’ indienen om hun kant van het verhaal te vertellen.

‘Die heb ik ingediend,’ zegt Lutgerink. ‘We hadden twee brieven van een medische expert die verklaarde dat mijn ouders te fragiel waren om te verhuizen.’

De wijkverpleegkundige van het echtpaar ondersteunde dat advies: ‘Bij een verhuizing verwacht ik grote problemen. Nu al geeft dit alles te veel stress, waar dhr. en mw. niet mee kunnen omgaan,’ schreef ze in haar advies.

Een overheid kan van handhaven afzien als medische omstandigheden daar om vragen. Lutgerink dacht een goede kans te maken op die uitzonderingsregel. ‘Mijn vader is 89 en mijn moeder is 91 jaar oud en ze hebben de nodige gezondheidsproblemen,’ schreef ze in haar zienswijze. En ze voegde de adviezen van de medische experts daaraan toe.

Het college wees de zienswijze van Lutgerink af. Het algemeen belang dat gediend was met handhaven woog volgens het gemeentebestuur zwaarder dan de medische malaise van het echtpaar. ‘Toen dat bericht mijn moeder bereikte, stortte ze in,’ zegt Lutgerink.

De buurvrouw van het echtpaar op het park, een verpleegkundige, vertelt. ‘Begin oktober belde Ilona mij midden in de nacht in paniek op: “Mijn moeder loopt over straat, kun je alsjeblieft gaan kijken.” Ik ben er naartoe gelopen en vond haar terug in haar chalet, opgesloten in het toilet. “Mevrouw Ermans, doe de deur open, dan drinken we een lekker bakje thee,” probeerde ik in een poging haar daaruit te krijgen. “Ik kom er niet uit!” gilde ze. “Ze pakken mijn huis af! Ze pakken mij alles af! Die vuile schooiers. Ik heb hier mijn geld en mijn tas.” Gelukkig vertrouwde ze mij. Na een half uur stapte ze met twee tassen aan haar rollator uit het toilet.’ Maar vijf dagen later ging de telefoon opnieuw bij de buurvrouw. ‘Toen vond ik haar op de grond naast het bed. Kort daarna is ze afgevoerd naar de crisisopvang en niet meer teruggekomen.’

Vitale vakantieparken

Henk Lambooij, de burgemeester van Putten, kent de casus. Vanuit zijn kantoor in het gemeentehuis legt hij via een beeldverbinding uit waarom wonen op vakantieparken niet wenselijk is. Lambooij is naast burgemeester ook voorzitter van de stuurgroep Vitale vakantieparken, dit programma is een samenwerking van elf Veluwse gemeenten en de provincie Gelderland die, ingegeven door de angst de slag om de toerist te verliezen, de vakantieparken in hun gebied nieuw leven willen inblazen.

‘Ik ben een van de initiatiefnemers van dat programma,’ zegt Lambooij trots. ‘Ik zag de parken in mijn gemeente verpauperen. Overal lagen lege bierblikken en wodkaflessen, er was prostitutie, kinderen liepen overdag rond terwijl pappa en mamma werkten. Ik zag een gezinnetje in een stacaravan dat via een verwarming op een gasfles de boel probeerde warm te krijgen. Vakantieparken zijn geen plekken waar je een gescheiden vrouw met kinderen moet laten wonen. Tegelijkertijd bleven de recreanten weg van die parken.’

‘Mijn ouders zijn dementerend, hebben de oorlog meegemaakt en dan staan er ineens mannen in uniform voor hun deur. Hoe kan je dit doen? Je ziet toch wie er voor je staan?’

Die dubbele problematiek wil Lambooij met zijn vitale-vakantieparkenclub aanpakken, met als uitgangspunt: één park, één plan. Per park wordt bekeken of het een recreatieve bestemming kan behouden. Is dat het geval, dan zal een gemeente handhaven op permanente bewoning. ‘En die dient daarbij alle bewoners gelijk te behandelen,’ legt Lambooij uit. ‘Of ze nu tachtig zijn of twintig, crimineel of met een beperking.’ Lambooij kent de verhalen. Maar de gemeente Putten zet niemand zomaar op straat. ‘Ze krijgen zes maanden de tijd om te vertrekken. En in de echt schrijnende gevallen maakt de gemeente een uitzondering,’ zegt Lambooij.

Kiezen tussen [.c-highlighted]twee kwaden[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

Voor het echtpaar Ermans maakte de gemeente die uitzondering niet. ‘Je vraagt je af wanneer je wel ziek genoeg bent om daarvoor in aanmerking te komen,’ zegt Ron van Veen van de SP-Hulpdienst die gedupeerden gratis bijstaat. Hij assisteerde Lutgerink met het indienen van een bezwaar. Tijdens een hoorzitting afgelopen januari mocht ze dat toelichten aan een adviserende commissie. Haar stem brak toen ze het woord kreeg. ‘Mijn ouders zijn dementerend, hebben de oorlog meegemaakt en dan staan er ineens mannen in uniform voor hun deur. Hoe kan je dit doen? Je ziet toch wie er voor je staan?’

‘Als persoon vind ik het vervelend hoe dit is gelopen,’ reageerde behandelend ambtenaar H. ‘Maar als ambtenaar moet ik kiezen tussen twee kwaden en mijn taken uitvoeren.’

‘Maar mijnheer H., doet u geen vooronderzoek voordat u toezichthouders op pad stuurt?’ reageerde Lunterink.

‘Nee, we gaan af op signalen. Daarna is het aan de mensen zelf om hun onschuld te bewijzen. Dat kan via de zienswijze. Op basis daarvan neemt het college zijn definitieve besluit. Die is in uw geval niet veranderd,’ besloot H.

Achter de regels

‘Dit doet mij denken aan de toeslagenaffaire,’ zegt Marc Hertogh, hoogleraar rechtssociologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen, gespecialiseerd in de effecten van handhaving. Hertogh vindt dat dit soort gevallen juist om maatwerk vragen. ‘Om een gemeente die achter de regels durft te kijken. Die kijkt naar welk doel ermee is gediend om zulke mensen met pek en veren uit hun huisje te jagen.’

Dat dat in de gemeente Putten toch niet is gebeurd, heeft volgens de hoogleraar te maken met een cultuurprobleem. ‘Ambtenaren denken vaak vanuit het traditionele gelijkheidsbeginsel. En vanuit die gedachte – dat je iedereen gelijk moet behandelen – zet je dan iedereen zijn huis uit. De oldschool ambtenaar wil zo weinig mogelijk van iemand weten, mensen als een nummer afdoen. Zodat hij geen verantwoordelijkheid draagt.’

Maar bij maatwerk moet je juist van dat gelijkheidsbeginsel afstappen en naar het individu kijken. Daar heb je volgens de hoogleraar dan wel een ander soort handhaver voor nodig. ‘Eentje die verder gaat dan door de heg kijken en overtredingen rapporteren. Je hebt dan ambtenaren nodig met communicatievaardigheden, mensenkennis en inlevingsvermogen. Dat kan je niet van boa’s verwachten, die zijn daar niet toe opgeleid.’

Maar met alleen nieuw personeel ben je er volgens Hertogh nog niet. Ook het gemeentebestuur zal zijn verantwoordelijkheid moeten nemen. ‘Die zal moeten bepalen hoeveel vrijheid ambtenaren krijgen om maatwerk te bieden.’

Hertogh noemt dit het ondergeschoven kindje in het decentralisatieproces. ‘We focussen heel erg op de verhoudingen tussen Rijk en lagere overheden. Het Rijk wil meer maatwerk bieden. Waardoor lagere overheden ineens een totaal andere invulling moeten geven aan het gelijkheidheidsbeginsel. Dat is een paradigmawisseling. De discussie over hoe dat moet, is in het decentralisatieproces nog nauwelijks gevoerd.’

Zolang democratische mechanismen niet in staat zijn disproportionaliteit eruit te filteren, is de bestuursrechter de laatste reddingspost voor de in de knel geraakte burger. Maar ook die rechter geeft niet altijd thuis als het om maatwerk gaat, blijkt uit de casus van het echtpaar Hans en Greetje van den Berg, wier zaak al is voorgekomen.

[.c-highlighted]Onverbiddelijk[.c-highlight-yellow][.c-highlight-yellow][.c-highlighted]

Zelf konden ze vanwege hun gezondheidsproblemen niet bij die rechtszaak zijn. Ze vroegen de eveneens bejaarde en inmiddels overleden Zeger Wijnands om namens hen het woord te voeren. ‘Naast het chalet huurde het echtpaar een woning in Spanje en verbleven ze regelmatig bij hun dochter in de VS. Het echtpaar voldeed daarmee ruimschoots aan de 40-weken-regel. Bovendien ging het om een tijdelijke situatie. Het echtpaar had een zorgflat toegewezen gekregen, waar ze op korte termijn naartoe zouden gaan,’ probeerde hij de rechter uit te leggen.

Maar het vonnis was onverbiddelijk. ‘Dat het echtpaar een groot deel van het jaar in het buitenland zat, is niet van belang,’ oordeelde de rechter. ‘In Nederland hadden ze alleen het chalet als verblijf. In Nederland is dat dus hun hoofdverblijf. En volgens de regels van de gemeente Putten staat het verblijven in een hoofdverblijf gelijk aan permanent wonen. En in een recreatiewoning mag je niet wonen.’

Dat het hier om een tijdelijke oplossing ging, wuifde de rechter ook weg. ‘Het is niet gebleken dat het echtpaar al naar het zorgappartement is verhuisd,’ betoogde hij. Het echtpaar kwam volgens hem ook niet in aanmerking voor de uitzonderingsregel, want het was niet voldoende aangetoond dat Greetje ernstig ziek is. Een gedeelte van de medische verklaringen is in het Spaans, en de rechter spreekt geen Spaans. Bovendien is Hans van de Berg alleen maar doof, en dus in staat vervangende woonruimte te zoeken. Het eindoordeel van de rechter viel dan ook negatief uit voor Hans en Greetje. ‘Het gezag dat van de dwangsom moet uitgaan, woog zwaarder dan de omstandigheden van het bejaarde echtpaar,’ oordeelde de rechter.

Ingrijpen

‘Bij de bestuursrechter staat de burger automatisch 1-0 achter,’ reageert Rogier Kegge, universitair docent staats- en bestuursrecht bij de Universiteit Leiden. ‘Een bestuursrechter gaat ervan uit dat een overheidsbesluit in beginsel rechtmatig is. Het is aan de burger om te bewijzen dat het anders zit.’

En dat is lastig. ‘In de meeste gevallen komt de zaak niet eens voor de rechter. Gebeurt dat wel, dan heb je nog een bestuursrechter nodig die het overheidsbesluit kritisch beoordeelt en niet simpel stelt: “Je mag hier volgens het bestemmingsplan niet wonen, dus het beroep is ongegrond.” Bij onevenredigheid zal hij moeten doorvragen om de context van de overtreding te kennen, en moeten kijken of de handhaving bijdraagt aan het beleid, of die proportioneel is.’

Volgens Kegge gaat het Rijk hier niet helemaal vrijuit. ‘Als je humaner beleid wilt en de woningnood wilt oplossen, moet je niet een andere bestuurslaag de bevoegdheid geven daar zelf een lijn in te kiezen. Pak dan door. En stel als Rijk algemene kaders op. Putten kan nu zeggen: ja, er zijn meer mogelijkheden om maatwerk te leveren, maar het is aan ons om die bevoegdheden te gebruiken, en wij willen een hard, duidelijk handhavingsbeleid. Dat is de consequentie van het overlaten aan de gemeente.’

Dat het Rijk hier moet ingrijpen vindt ook Fred Fleurke, emeritus-hoogleraar bestuurskunde aan de Vrije Universiteit. ‘Het idee achter de decentralisatie is goed, maar het kan niet zonder een goed werkende lokale democratie. En die is in veel gemeenten ondermaats.’ Die conclusie trekt Fleurke in zijn vorig jaar verschenen onderzoek ‘Effecten van decentralisatie’. Het ontbreekt raadsleden volgens Fleurke aan tijd en kennis. ‘Ze verlaten zich daarom te veel op ambtelijke ondersteuning, zonder die sturing te geven of te controleren.’

Volgens Fleurke is er bij de decentralisaties te weinig nagedacht of lagere overheden wel de verantwoordelijkheid kunnen dragen om alle nieuwe taken uit te voeren. ‘Kijk je naar de vakantiewoningenproblematiek en je ziet dat sommige gemeenten dreigen met uithuiszettingen en disproportioneel hard handhaven, dan moet je concluderen dat het systeem niet werkt, en zal je of de lokale democratie moeten versterken, of als Rijk je verantwoordelijkheid moeten nemen en ingrijpen.’

Wederhoor

De gemeente Putten zegt in een reactie geen mensen op straat te zetten, maar te kiezen voor maatwerk waar mogelijk. Verder betreurt ze het dat het artikel niet ingaat op het feit dat sommige mensen er willens en wetens voor kiezen in een recreatiewoning te gaan wonen.

Ook de stuurgroep Vitale Vakantieparken zegt te streven naar maatwerk. Per park wordt bekeken of het een recreatieve bestemming kan behouden. Daarin wordt gekeken naar de ligging, de conditie van de opstallen, inpassing en andere factoren zoals ruimtelijke ordening en natuur-, economische en recreatieve waarde. De stuurgroep wijst er op dat het bij permanente bewoning gaat om een zeer diverse groep mensen met verschillende achtergronden, zoals arbeidsmigranten, spoedzoekers, mensen die onder de radar willen blijven, pensionado’s, mensen met een zorgbehoefte. Gemeenten kiezen daarbij voor een doelgroepgerichte benadering om die mensen te helpen. Daarbij werken ze samen  met bijvoorbeeld zorginstellingen en woningcorporaties.

De foto waarop burgemeester Gorter met een kogels door zijn hoofd stond afgebeeld, kwam volgens Ton Hendrix en Rico Wanschers niet uit de hoek van de vakantieparken.

De naam van Ton Hendrix is om privacyredenen gefingeerd. De echte naam is bij de redactie bekend.

Bron:

Bron:

Meer dossiers